Geschiedenis

Het begin | De oorlog | Van zout naar zoet water | 1970-2000 | Nu

De geschiedenis van de Katwijkse Zeeverkenners is een hele grote. In 2005 bestond onze groep 75 jaar, een mooie reden om eens terug te blikken op ons verleden. Dik Parlevliet heeft zichzelf aangeboden dit verleden in kaart te brengen en heeft daar geen gras over laten groeien. Er is zoveel materiaal verzameld dat we er een subdomein voor hebben gemaakt (nog in aanbouw). Hieronder is echter wel een korte samenvatting van de geschiedenis der Katwijkse Zeeverkenners te vinden.

Het begin

Op 14 mei 1930 werd twee maanden na de oprichting in Katwijk de Julianagroep officieel geïnstalleerd door de Nederlandse Padvinders Vereniging. In 1933 werd deze landgroep uitgebreid met een zeeverkennersafdeling. Een sloep die op het strand aanspoelde werd de eerste boot van de zeeverkenners. Toen de zeeverkenners eenmaal een boot tot hun beschikking hadden stapten er een groot aantal landverkenners over naar de zeeverkennersgroep met als gevolg dat de landverkennersgroep werd opgeheven. In de loop van de jaren ’30 zijn er nog een aantal boten bijgekomen. De huisvesting van de padvindersgroep vond eerst plaats in een achterzaal van de Casa Cara, die nog steeds bestaat en nu een discotheek is. Deze behuizing werd al snel te klein en er werd naar een andere ruimte gezocht. Na de zolderruimtes te hebben gebruikt van een olieman en een school kwam de groep in een houten keet in de Katwijkse zuidduinen terecht.

1940-1945

In de oorlog werd de padvinderij verboden vanwege zijn Engelse oorsprong en de houten keet in de zuidduinen werd door de bezetter gevorderd. Toen duidelijk werd dat de jeugdstorm in het gebouw zou worden gehuisvest brandde de keet op mysterieuze wijze af. Direkt na de oorlog werd de zeeverkennersgroep nieuw leven ingeblazen. Er was zoveel belangstelling dat er gelijk al vijf verkennersgroepen, vier hordes en een stam konden worden gevuld.

De Abel Tasmangroep, de Bestevaergroep, de Dorus Rijkersgroep en de Julianagroep bestonden elk uit een zeeverkennersafdeling en een welpenhorde. De Neptunusgroep was alleen een verkennersgroep en de stam heette de Watertrappers. Voor het programma had men de beschikking over 19 rubberboten, verkregen via de geallieerden, waarmee men op zee voer. Ook via de geallieerden kregen de zeeverkenners samen met het Nederlands Padvindstersgilde de beschikking over bunkers in de duinen die deel hadden uitgemaakt van de Atlantikwall. Op 7 juli 1946 vond de officiële opening plaats.

Van zout naar zoet water

In 1950 werden de eerste vier lelieschouwen aangeschaft, waarvan er vandaag de dag nog enkele in de vaart zijn. Ook werd in dat jaar voor het eerst deelgenomen aan een echt zeeverkennerskamp; het Nationaal Waterkamp in Terhorne, Friesland. Met de komst van de schouwen werd het speelveld van de zeeverkenners van zee verlegt naar de binnenwateren. In het jaar van het 25-jarige jubileum in 1955 werden de bunkers die als onderkomen dienden gevorderd in verband met de koude oorlog. Er werd verhuist naar een andere (ex-CJV-)bunker, de “Witte Bunker”. In 1963 werd er opnieuw verhuist, deze keer naar een keet die ter beschikking was gesteld door het Hoogheemraadschap Rijnland. Deze keet stond op een landtong tussen het Mallegat en de Oude Rijn.

Eind 1977 woei bij een storm het dak van de keet. Nadat deze uit het water was gevist werd deze weer op het gebouwtje getimmerd, maar het dak is nooit meer waterdicht geweest. Op dezelfde locatie als de keet staat nu het huidige Troephuis van de zeeverkenners.

1970-2000

In 1970 werden de verschillende zeeverkennersgroepen, die tot dan toe onder de vlag van de Nederlandse Padvinders Vereniging hadden gevaren, verenigd in de “Stichting De Katwijkse Zeeverkenners” onder de vlag van Scouting Nederland. De welpenhordes hebben nog enige tijd na de verhuizing van de zeeverkenners gebruik kunnen maken van de Witte Bunker, maar de afgelegen locatie maakte dat men op zoek ging naar een andere behuizing. Na omzwervingen van 10 jaar is men via verschillende zolderruimtes terecht gekomen in een bollenschuur ten noorden van Katwijk. Begin jaren ’80 begon het ledenaantal van de zeeverkenners na een terugval in de jaren ’70 weer te groeien. De Bestevaerwacht werd (opnieuw) opgericht, nu als gemengde groep, en de keet aan het Mallegat werd na 18 jaar trouwe dienst te klein. Daarom werd er besloten tot de bouw van een nieuw Troephuis, dat op 5 juni 1982 werd geopend. De welpen zijn in de jaren ’80 eveneens verhuist naar een nieuw Clubhuis, Parnassia, dat in de Katwijkse Zuidduinen staat, niet ver van de plek waar ooit de eerste zeeverkennerskeet stond.

Nu

De Katwijkse Zeeverkenners groeit nog altijd gestaag, en het aantal groepen is uitgebreid. Dit had vooral te maken met een fusie tussen verschillende scoutinggroepen in Katwijk. In 2009 werd besloten tot een overname van Gemma Scouts en de Mowglihorde van de toenmalige FJC. Later, in 2011 is ook besloten om nauw samen te gaan werken met Scouting Limes. In 2012 zijn alle vroegere scoutinggroepen in Katwijk min of meer gefuseerd in één Stichting: De Katwijkse Zeeverkenners. Van een watergroep is de Katwijkse Zeeverkenners veranderd in een organisatie waar veel vormen van Scouting vertegenwoordigd zijn; van welpen tot leidingsleden, zowel op het land als op het water.